Dick Raaijmakers Monografie

  • English
omslag_special.png
Uitgever: V2_Publishing, Rotterdam
Redactie: Arjen Mulder en Joke Brouwer
Gebonden, 550 pagina's, geïllustreerd
 (kleur en zw/w), formaat: 22 x 27 cm
ISBN 978-90-5662-599-3

Prijs normale editie € 59,90
Prijs speciale editie € 89,00
 (incl. btw)
 
 
bestellen.gif
 (u wordt doorgestuurd naar de webshop van V2_ om uw bestelling te plaatsen)
 
 
 
 
 
 
 
Gerealiseerd met steun van:
 FAPK, Fonds BKVB, Gemeente Eindhoven,
Prins Bernhard Cultuurfonds,
Société Gavigniès, STROOM hcbk, VSB fonds



Leven en werk van Dick Raaijmakers

 

1930-1938

 

Dick Raaijmakers wordt op 1 september 1930 geboren in Maastricht als jongste kind van een gezin met twee oudere broers en een oudere zuster. Hij woont daar tot zijn achtste jaar. Zijn vader is een hoge ambtenaar bij de Raad van Arbeid in Maastricht. Niemand in de familie heeft kunstzinnige aspiraties.

 

1938-1946

 

In 1938 verhuisde de complete familie van het kleurrijke Bourgondische Maastricht naar het kleinburgerlijke industriële Eindhoven. Raaijmakers vader was benoemd tot voorzitter van de Raad van Arbeid aldaar en het gezin betrok een van de huizen van het zonet gereed gekomen Tuindorp (Burghstraat 18), gebouwd door de toen befaamde modernistische architect Dudok. Mede door zijn latere verbintenis met de NV. Philips, verbleef Raaijmakers met enkele onderbrekingen tot 1963 in die stad wonen.

 

1947-1953

 

Raaijmakers wordt in 1947 toegelaten tot het Conservatorium van de Katholieke Leergangen in Tilburg en behaalt in 1950 het diploma Piano-A. Eind 1953 voltooit Raaijmakers zijn studie aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag met het behalen van het diploma onderwijsbevoegdheid piano.

 

1953-1960

 

Vanaf begin 1954 is Raaijmakers gedurende twee jaar werkzaam bij NV Philips in Eindhoven op de fabrieksafdeling 'radio- en televisietoestellen' om ervaring op te doen op het gebied van de toegepaste elektronica. Hij volgt in diezelfde tijd een practicumstudie 'radio- en meettechniek' en behaalt eind 1955 het vakdiploma 'radiomonteur' van het Nederlandse Radio Genootschap.

 

Van januari 1956 tot juni 1960 is Dick Raaijmakers als assistent-medewerker verbonden aan de akoestische afdeling van het Natuurkundig Laboratorium van Philips; eerst binnen de stereofonie, ambiofonie en kunstmatige nagalm en vervolgens op het gebied van de elektronische muziek. In die laatste hoedanigheid is hij assistent van Henk Badings, Ton de Leeuw, Tom Dissevelt, Rudolf Escher en prof. A.D. Fokker.

 

Raaijmakers verzorgt tal van concerten van elektronische muziek in binnen- en buitenland (onder andere voor de Wereldtentoonstelling in Brussel in 1958, in de Elektro-akustische Experimentalstudio van Hermann Scherchen in Gravesano in 1959 en de Tonmeistertagung in Detmold in 1960).

 

In opdracht van Roelof Vermeulen voor NV Philips vervaardigt Raaijmakers - onder het pseudoniem Kid Baltan - in oktober de eerste populair elektronische compositie ter wereld Song of the Second Moon.

In december volgt de populair elektronische compositie voor drie ondes martenots en piano, Night Train Blues. Oorspronkelijk bedoeld als b-kant van Song of the Second Moon, maar nooit uitgebracht in deze hoedanigheid.

 

Hij geeft lezingen over elektronische muziek op diverse locaties in Zuid-Nederland.

 

1958

 

In januari componeert Raaijmakers de korte populair elektronische compositie Electronic Boogie Woogie die nooit officieel door NV Philips is uitgebracht.

B-Kant van Song of the Second Moon wordt de compositie Colonel Bogey, een bewerking van het gelijknamige volksliedje dat door de film Bridge on de River Kwai (David Lean, 1957) indertijd bijzonder populair was. Omdat de weduwe van de oorspronkelijke componist Kenneth Alford geen toestemming geeft voor Baltans arrangement, wordt de single nooit in winkels verkocht en doet uiteindelijk als relatiegeschenk van Philips dienst.

 

1959

 

In november componeert Raaijmakers de autonome elektronische compositie Tweeklank, bestaand uit drie in elkaar overlopende delen waarin muzikale elementen als geluid, melodie, ritme en dramatische vorm tegenovergesteld worden. De compositie, vervaardigd in slechts enkele dagen, trok in 1963 de aandacht van de pianist Glenn Gould, die het werk wilde laten uitvoeren tijdens het Stratford Festival van 1964 in Ontario, Canada. Doordat Gould zich tezelfdertijd volledig terugtrok uit de concertpraktijk, heeft dit plan nooit doorgang gevonden.

In december ontvangt Raaijmakers voor Tweeklank de aanmoedigingsprijs voor jonge kunstenaars van de Gemeente Eindhoven.

 

1960-1962

 

In opdracht van NV Philips en geproduceerd door Cinecentrum in Hilversum componeert Raaijmakers de muziek voor Achter De Schermen, een educatieve film geregisseerd door Jan Moonen.

In zeer korte tijd vervaardigt Raaijmakers Pianoforte, een compositie in vijf delen, bestaande uit een bewerkte opname van een met allerhande gereedschappen bespeeld binnenwerk van een piano.

 

Kort na Pianoforte maakt Raaijmakers Mechanical Motions, een compositie gebaseerd op fragmenten uit de door hem gemaakte soundtracks bij de films Achter de schermen en Fuel for the Future. Het muziekstuk is oorspronkelijk bedoeld als experimentele opname, maar wordt door Philips uitgebracht als b-kant van Tom Disselvelts single Intersections.

In het voorjaar verwezenlijkt Raaijmakers Het Stenen Bruidsbed, een klankdecor voor een literaire grammofoonplaat. Op deze EP leest Harry Mulisch zijn Voer voor psychologen en Het stenen bruidsbed voor. De grammofoonplaat is uitgebracht door Philips en de Bezige Bij.

 

Begin juni starten besprekingen tussen Philips en de Rijksuniversiteit Utrecht over de overname van de Philipsstudio door de RUU. Raaijmakers wordt aldaar benoemd tot wetenschappelijk medewerker met ingang van 1 juni 1960. In 1961 wordt aan de Plompetorengracht in Utrecht onder de naam STEM-studio de voormalige Philipsstudio geopend. Deze studio groeit in enkele jaren uit tot het befaamde Instituut voor Sonologie. Een conflict tussen Raaijmakers en de beheerder van de STEM-studio over de prioriteit van muziek of wetenschap zal in april 1962 leiden tot zijn ontslagname bij de RUU. Besprekingen vinden plaats over het oprichten van een nieuwe elektronische studio aan de Universiteit van Amsterdam.

 

1961

 

Raaijmakers vervaardigt in maart zijn eerste compositie in de STEM-studio. De compositie krijgt de titel Vijf Plastieken en bestaat uit gemoduleerde clusters van synthetische sinustonen die gestapeld worden.

In juni maakt Raaijmakers het geluidsdecor bij een aandeelhoudersvergadering van NV Philips. Enkele maanden later schrijft hij in opdracht van de Londense productiemaatschappij World Wide Pictures de filmmuziek Crystal Diode-1.

 

1962

 

Raaijmakers neemt met de compositie Pianoforte deel aan de MES (Mood Engineering Society) onder leiding van Willem de Ridder.

 

1963

 

Raaijmakers produceert in opdracht van Sofedi Films Brussel het muziekstuk De Televisie-Beeldbuis.

 

In april richt hij samen met Jan Boerman in Den Haag een privé-studio op. Daar zal hij de volgende jaren Vijf Canons, Ballade Erlkönig voor luidsprekers, de filmmuziekstukken Bekaert en Sidmar, de drie Mao-stukken Chairman Mao is our guide, De lange mars en Mao leve!, verder Kwartet, Kwintet, De grafische methode tractor en De grafische methode fiets realiseren.

 

Raaijmakers voltooit in de zomer een drietal filmmuziekcomposities voor de Londense productiemaatschappij World Wide Pictures, getiteld Radiation-1, S.C.3 en Transistor-1. In december componeert hij de Bell Tune, een tune voor een van de educatieve films van NV Philips. Op 16 december geeft hij de lezing 'Structuren in seriële muziek' bij het Academisch Genootschap in Eindhoven.

 

1964

 

Raaijmakers richt zich nu volledig op het componeren. In de periode tussen januari en september zien een zestal muziekstukken het daglicht.

 

In opdracht van NV Philips vervaardigt hij de Coppelia Tune en Sign Tune, beide bedoeld voor Philips' educatieve films. Tevens maakt hij Aioon en, in opdracht van Sofedi Films in Brussel, de compositie Ronquieres. Belangrijke werken zijn Canon I en Canon II. Ze betekenen het begin van Raaijmakers Canon-reeks, een serie van vijf composities waarin op vijf verschillende wijzen een enkele elektrische impuls volgens een vaststaand plan herhaald wordt. Canon I: super augere (over uitbreiden) bestaat uit een geleidelijke vermenigvuldiging van acht microtonen. Canon II: super imprimere (over inprenten) is een bewerking van Canon I waarin de contouren van de oorspronkelijke compositie door ruis nauwelijks meer te onderscheiden zijn.

 

1965-1966

 

De filmregisseur Stanley Kubrick verzoekt Dick Raaijmakers in februari herhaaldelijk om contact met hem op te nemen. Kubrick is opzoek naar muziek voor zijn nog te produceren film 2001: A Space Odyssey. Raaijmakers toont zich niet geïnteresseerd.

 

In maart vinden besprekingen plaats tussen Raaijmakers en Kees van Baaren over het plan tot vestiging van een elektronische studio aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Met G.M. Koenig van het Instituut voor Sonologie te Utrecht wordt over een mogelijke coördinatie tussen beide instellingen gesproken. Vanaf september 1965 wordt de studio ingericht en vervolgens onofficieel in gebruik genomen. In september 1966 wordt Raaijmakers benoemd tot docent in het vak 'elektronische muziek' aan het Koninklijk Conservatorium (Hij zal deze functie blijven vervullen tot zijn pensionering in 1995). In april 1967 vindt de officiële opening van de conservatoriumstudio plaats.

 

De composities Canon III, Canon IV en Ein Reiterstück komen tot stand. Canon III: super addere (over optellen) bestaat uit een dusdanige herhaling en optelling van een serie kraakgeluiden, dat banen van tonen ontstaan. In Canon IV: super subtrahere (over aftrekken) ontstaan steeds grote gaten van stilte in oorspronkelijk aaneengesloten geluidsvelden, totdat aan het einde van de compositie alleen nog de gaten klinken met minuscule klanksnippers hier om heen. Ein Reiterstück behelst een montage van geluidsdecors uit een filmopname van de Economische Voorlichtingsdienst.

 

1966

 

Raaijmakers realiseert voor de Economische Voorlichtingsdienst de compositie Klankdecor. Ook maakt hij onder de titel Radio-Project een ontwerp voor scenisch muziektheater met live-elektro-instrumentale klankmanipulatie van diverse klankobjecten, zoals een elektrisch strijkkwartet, radiotoestellen, grammofoons en bandrecorders. In mei begint hij met The Art of Opening (toentertijd The Art of Opening an Exhibition genoemd), Raaijmakers eerste muziektheaterproductie. Het stuk wordt gemaakt ter gelegenheid van de opening van een expositie van de beeldend kunstenaar Arras en heeft zijn première op 24 juni 1966 in Den Haag.

 

Aan het eind van 1966 componeert Raaijmakers de herkenningstune van de toenmalige STER-reclame op televisie en de soundtrack Bekaert (een ander woord voor staaldraad) voor een bedrijfsfilm van het Belgische staalconcern Bekaert, geregisseerd door G.A. Magnel in opdracht van Sofedi Films in Brussel.

 

1967

 

In dit jaar zien zes composities het daglicht: Ballade Erlköning voor Luidsprekers, Canon V, Plumes, Flux, Pietmuziek en Klankdecor. Ballade Erlköning is een voortzetting van Radio-Project en Ballade voor Luidsprekers. Canon V: super 'Dis-moi...' wordt in tegenstelling tot de eerste vier canons in enkele uren vervaardigd. Tussen de ruisfragmenten is de stem van Edith Piaf te horen, in een muzikale adaptatie van Franz Kafka's laatste korte verhaal 'Josefine de zangeres of het muizenvolk' (1924). De compositie Plumes wordt gemaakt ten tijde van de Zesdaagse Oorlog tussen Israël en Egypte en is gebaseerd op een gelijknamig collagewerk van Francis Picabia uit 1921. In Plumes worden door het oversturen en destabiliseren van geluidsapparatuur droge, vlakke en daarmee woestijnachtige klankvelden opgewekt. Flux komt kort na Plumes tot stand en omvat eveneens het instabiel maken van geluidsapparatuur. In Flux worden twee akoestische krachtvelden uit luidsprekers geopponeerd op een spanning van 50 Hz. Het stuk Pietmuziek is filmmuziek voor de Haagse kunstenaar Piet van den Heuvel. Klankdecor is ten slotte een compositie vervaardigd voor het 'Brabo-Antwerpen-project' in opdracht van Martien Coppens.

 

In september 1967 richt Raaijmakers samen met de componisten Peter Schat, Konrad Boehmer, Jan van Vlijmen, Misha Mengelberg, Louis Andriessen en Reinbert de Leeuw STEIM op, een onderzoekslaboratorium en ontwikkelingsplek voor live elektro-instrumentale muziek in Amsterdam. In november 1968 is hij betrokken bij de technische uitvoering van Interpolations voor orkest en elektronica van Jan van Vlijmen in De Doelen in Rotterdam (deze uitvoering geldt als de eerste officiële publieke manifestatie van STEIM). In STEIM-verband is hij in juni 1969 in het kader van het Holland Festival van dat jaar betrokken bij de technische uitvoering van de collectieve politieke opera Reconstructie (muziek: Louis Andriessen, Reinbert de Leeuw, Misha Mengelberg, Peter Schat Jan van Vlijmen, libretto: Hugo Claus en Harry Mulish).

 

Eind november 1967 organiseert Dick Raaijmakers Rehearings, multimedia-manifestaties in het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Ook schrijft hij een voorstel voor de realisatie van de enkele educatief opgezette open-vorm composities (o.a. Plus-Minus van Karlheinz Stockhausen uit 1963).

 

Raaijmakers begint aan het Grafisch kwartet. Hij maakt in drie maanden tijd een ontwerp van een elektrisch circuit met vier strijkinstrumenten, vier spelers en vier assistenten in een scenische opstelling. Hij realiseert hiervoor een minutieus genoteerde grafische partituur van 26 vellen à 75 x 50cm (in 1971 wordt deze partituur ten behoeve van de speelbaarheid gereduceerd tot een versie met slechts vier 'speelindicatievellen' en vier kleine 'notenboekjes', onder de titel Kwartet).

 

Hij geeft lezingen over elektronische muziek op diverse locaties in Nederland en België.

 

1968

 

Raaijmakers ontwikkelt de compositie Sidmar, de filmmuziek bij een bedrijfsfilm van het gelijknamige Belgische staalbedrijf Sidmar.

 

In december start het werk aan de Ideofonen, een reeks installaties van zelf geluid producerende luidsprekers, die in eerste instantie 'elektrofonen' en 'hydrofonen' heten. Ideofoon I wordt voltooid in oktober 1970, Ideofoon II in september 1970 en Ideofoon III in november 1970. De werken worden voor het eerst in 1971 samen geëxposeerd in het Stedelijk Museum Amsterdam als onderdeel van de tentoonstelling 'Geluid <=> Kijken: drie audio-visuele projecten'.

 

1969

 

In het kader van de meiconcerten van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag realiseert Raaijmakers de 'instructiestukken' Nachtmuziek en Schaakmuziek. Het eerste stuk is een werk voor blazers, vier strijkers, een interactieve waterval en schakelelektronica, het tweede een compositie voor twee schakers, vier strijkers en schakelelektronica.

 

1970

 

Raaijmakers is medeoprichter van Het Leven, een elektro-instrumentale improvisatiegroep van studenten en docenten van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Hij ontwerpt daarvoor drie instructie-oefeningen: Kwartet, De lange mars en Kwintet. Hij ontwikkelt ten behoeve van deze groep een met batterijen gevoed modulair en kleinschalig 'cascadesysteem' van losse lijnversterkers, modulatoren, filters, sinusgeneratoren en meng-units.

 

In april start het werk aan Chairman Mao Is Our Guide, een performance bestaande uit een collage van geluids- en muziekfragmenten. Na drie uitvoeringen in Den Haag en Amsterdam is de tape uit conceptuele overwegingen volledig gewist.

 

In het najaar vindt in het Gemeentemuseum Den Haag binnen de tentoonstelling 'Kontrasten' de eerst publieke expositie van Ideofoon I plaats.

 

Raaijmakers geeft aan het Instituut voor Sonologie in Utrecht een lezing over zijn Canon-reeks.

 

1971

 

Samen met het werk van Ton Bruynèl en Peter Struycken zijn Raaijmakers' audiovisuele constructies de Ideofonen te zien in de expositie 'Geluid <=> Kijken' georganiseerd door het Stedelijk Museum in Amsterdam. Ook voeren vier conservatoriumstudenten in het Stedelijk Museum voor het eerst het muziekstuk Kwartet op (toen nog onder de naam "Elektrisch Strijkkwartet").

 

Raaijmakers schrijft het muziektheater De lange mars. Het is een compositie in opdracht van de Gemeente Eindhoven voor acht spelers met Chinese violen. Door middel van een elektrisch circuit en artificiële ruimte-schakeling staan de spelers in contact met elkaar, en kunnen zij gespeelde tonen aan elkaar doorgeven.

 

In het najaar schrijft hij samen met Albert Blankert, Jacq Vogelaar en Victor Wentink een collectief projectvoorstel ten behoeve van het Gemeentemuseum Den Haag. Leidend idee was een plan om de drie Ideofonen te exposeren en daaromheen gedurende drie maanden een 'leer-expositie' in te richten. Het idee, met de titel Expositie van een school, wordt afgewezen.

 

Eind december begint het werk aan Kwintet, een compositie voor vijf spelers (Chinese violen) en vijf waarnemers (sinusgeneratoren). Dit werk is slechts tweemaal uitgevoerd: eenmaal aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en eenmaal bij STEIM in Amsterdam.

 

Raaijmakers geeft bij STEIM in Amsterdam een lezing over zijn Canon-reeks.

 

1973

 

Onder de titel Drie Ideofonen, drie leerapparaten is de ideofonen-reeks voor het eerst als zelfstandige expositie te zien in het Gemeentemuseum Den Haag.

 

Als docent aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag start hij een serie colleges over de analyse van hedendaagse muziek.

 

1974-1983

 

ln samenwerking met Ton Hokken werkt Raaijmakers aan de opzet van een algemene opleiding in opnametechniek aan het Koninklijk Conservatorium. ln 1983 gaat deze opleiding daadwerkelijk van start onder de naam 'Muziekregistratie', de eerste jaren met Raaijmakers als hoofd van de nieuwe afdeling.

 

1976

 

Raaijmakers vervaardigt het muziektheaterstuk De grafische methode tractor. Het werk toont in slowmotion tweeënzeventig filmbeeldjes uit Sergej Eisensteins De generale lijn (1928), terwijl een speeldoos honderdmaal vertraagd De Internationale afspeelt.

 

1977

 

In januari begint naar aanleiding van het overlijden van Mao Zedong in 1976 het werk aan Mao leve! Dit muziektheater omschrijft Raaijmakers als een 'audiovisuele oefening in artificieel sentiment'. De performance bestaat uit een tableau vivant van dia's en kunstbloemen in combinatie met het afspelen van fragmenten uit Chinese liederen, Strauss' Tod und Verklärung en dieren- en onweersgeluiden.

 

Het Gemeentemuseum Den Haag wijst Actio in distans af, het concept voor een tentoonstelling over de plastische gelijkvormigheid van archetypische elektrische elementen en componenten uit de achtiende en negentiende eeuw en overeenkomstige primaire vormen van de beeldende kunst, met name die van de Minimal Art vanaf 1960. Ook een tweede concept voor het museum, De grafische methode, vindt geen doorgang. Dit nieuwe concept handelt over de plasticiteit van moderne twintigste-eeuwse beelddragers en beeldmachines in relatie lot hun negentiende-eeuwse voorlopers.

 

1978

 

Het omvangrijke essay 'De kunst van het machine lezen' wordt gepubliceerd in Raster: Tijdschrift in boekvorm. Hierin zet Raaijmakers een metaforisch model uiteen om de vormgeving van mechanische en elektrische apparaten te vergelijken. Het artikel wordt afgebrand door de schrijver W.F. Hermans in een recensie in NRC Handelsblad van 10 november, waarop een korte maar hevige polemiek volgt. Raaijmakers reageert op Hermans' aanval met een ingezonden stuk in NRC Handelsblad van 1 december.

 

Maakt het concept van een boek over beeldvorming van bewegingen door middel van technische apparaten: een 'rewriting' van het boek La méthode graphique van E.J. Marey uit 1878. Deze werkzaamheden vormen de voorstudie van zijn boek De Methode (1985).

 

Aan het eind van het jaar exposeert museum Het Kruithuis in 's-Hertogenbosch de partituren van het nooit opgevoerde Grafisch kwartet.

 

1979

 

In het voorjaar maakt Raaijmakers De grafische methode fiets. In deze performance stapt een fietser in een tijdbestek van dertig minuten, met behulp van een treksysteem en beplakt met audiosensoren voor hart, ademhaling en lichamelijke inspanning, in slowmotion van zijn fiets af. Het werk is geïnspireerd op een chronophotographie uit 1891 van E.J. Marey.

 

1980

 

Raaijmakers geeft een aantal lezingen in Amsterdam, Arnhem en Rotterdam, waarin hij zijn werken Kwartet, De grafische methode tractor, De grafische methode fiets, Mao leve! en de Canon-reeks bespreekt.

 

1981

 

In oktober begint het werk aan Shhh!, muziektheater voor tape en diaprojector. Terwijl als enige verlichting een geprojecteerde maan langs het plafond beweegt, klinkt in de schemering de soundtrack van Laurel en Hardy's eerste geluidsfilm The Night Owls (1930).

 

Raaijmakers geeft door het jaar heen lezingen in Groningen, Middelburg en Bergen.

 

1982-1984

 

In juli vangt hij een viertal nieuwe projecten aan. In al deze producties staat de soundtrack van Laurel en Hardy's The Night Owls centraal. In de grootschalige theaterproductie Soundmen reproduceren negen geluidsmannen te midden van een enorme toneelinstallatie met behulp van vervaarlijke constructies, machinerieën, hefbomen, hendels, katrollen en valluiken de zware en volumineuze (val)geluiden zoals die oorspronkelijk in de film aanwezig zijn. Tussen 1982 en 1984 werkt Dick Raaijmakers tevens aan het ontwerp van een kinetisch-pneumatisch kunstwerk, bestaande uit een stellage waarin metalen platen onafhankelijk van elkaar bewogen kunnen worden. De bewegingen van de platen zijn gebaseerd op de bewegingen van Laurel en Hardy: het beklimmen van muren, openen van deuren en klimmen door ramen. Dit werk, getiteld The Soundwall, is nooit gerealiseerd. Het derde werk Ow! behandelt eenzelfde thema. Net als in The Soundwall is de performance gebaseerd op de obstakels die Laurel en Hardy in The Night Owls dienen te overwinnen: deuren, ramen en muren. Iedere val van een muur of dichtvallende deur wordt door één van de vier slagwerkers gereproduceerd door het slaan met houten balken. Het laatste werk, The Microman, is een verkleinde en versimpelde versie van een nooit gerealiseerd idee voor een groots muziektheater, getiteld The Soundman. Eén performer voert in de vorm van een 'tafeltheater' Laurel en Hardy's capriolen uit The Night Owls op miniatuurschaal na. De eerste opvoering vond reeds voor het Holland Festival van 1984 plaats, en wel in samenwerking met Stichting De Appel op 13 oktober 1982 in de snijzaal van het voormalige Amsterdamse Binnengasthuis.

 

Aan een aantal kunstacademies en muziekinstellingen in Breda, Rotterdam, Groningen, Queekhoven en Hilversum geeft Raaijmakers lezingen over zijn Soundman-cyclus en zijn spraakmakende essay 'De kunst van het machine lezen'.

 

1983

 

In Raster verschijnt onder redactie van J. Bernlef Raaijmakers' publicatie 'De Val van Mussolini: een vergeten Hollywoodproject uit 1930'. Het beschrijft het plan van een binnen Hollywoodkringen vrijwel onbekende filmregisseur, die zich Cassius noemt, om de val van de Italiaanse dictator en fascistenleider Benito Mussolini te verfilmen - 'een film die, op enige bewaard gebleven fragmenten na, nimmer werd voltooid'. Het stuk vormt de eerste verschijningsvorm van de uiteindelijke muziektheaterproductie De val van Mussolini (1995).

 

Raaijmakers realiseert de compositie/installatie Ping-Pong, een radioverslag in stereo van een tafeltennispartijtje tussen Louis Andriessen en Cornelis de Bondt in opdracht van VPRO-radio. Een gemechaniseerde versie van dit werk, waarin de oorspronkelijke compositie gekoppeld werd aan een live-weergave zonder tafeltennisspelers, is in 1996 uitgevoerd.

 

Aan het eind van het jaar start de voorbereiding van de productie Come on!. Het stuk is een uitbreiding op The Microman, uitgevoerd door drie rivaliserende acteurs. Het heeft zijn première tijdens het Holland Festival van 1984.

 

Raaijmakers geeft lezingen op diverse locaties in Nederland.

 

1984

 

Raaijmakers is de 'centrale componist' in het Holland Festival 1984. Zes werken uit de Soundman-cyclus worden uitgevoerd: Shhh!, Ow!, The Microman, The Soundwall, Come on! en The Soundmen.

 

Raaijmakers ontwikkelt een performance voor twee acteurs, een tuimelinstallatie, licht en klankdecor, waarvoor hij een eerdere versie heeft vervaardigd in het voorjaar van 1982. Het werk, Extase, is opgedragen aan Josine van Droffelaar, bestuurslid van kunststichting De Appel te Amsterdam en een goede vriendin van Raaijmakers. Josine van Droffelaar verongelukte op 20 augustus 1983 met haar vriend en de voltallige leiding van De Appel in een sportvliegtuig nabij Habkern in Zwitserland. Extase wordt eveneens in het kader van het Holland Festival opgevoerd.

 

Aanvang van het werk de Acht labielen, een achtdelige installatie van glas, transparante fotofilmstroken en bewegingsmechaniek, vervaardigd in opdracht voor het Rijkskantorengebouw te Arnhem.

 

Op 24 oktober geeft Raaijmakers bij de BRT een live-televisie-optreden onder de titel 'Kunst en computer'. Ook geeft hij in Rome een lezing over The Microman.

 

1985

 

In januari verschijnt De Methode bij uitgeverij Bert Bakker. De publicatie is een 'remake' van Etiënne-Jules Marey's La méthode graphique (1878), aangepast aan de technische verworvenheden van de twintigste eeuw. De Methode bestaat uit in elkaar hakende strofen waarin machinale beweging met woorden geïmiteerd wordt. Fragmenten uit De Methode zijn eerder in Raster 22, 1982 verschenen.

 

Raaijmakers ontvangt de Mathijs Vermeulenprijs voor zijn muziektheaterstuk Extase. De jury bestaat uit Louis Andriessen, Reinbert de Leeuw en Edu Verhulst.

 

Het Stedelijk Conservatorium te Groningen ziet af van de realisatie van de Scheuermachine, een kinetische licht- en kleurinstallatie (ca. 10 bij 5 meter), gebaseerd op een origineel manuscript van Anton Scheuer uit 1789 over de harmonie tussen tonen en kleuren. Het werk is ontworpen voor een van de gevels van de nieuwbouw van het conservatorium.

 

Hij geeft lezingen in Amsterdam en Den Haag.

 

1986

 

In mei vervaardigt Raaijmakers T-heo van Vel-zen, een 'proeve van retrospraak'. Uiterst nauwkeurig opgenomen omgedraaid uitgesproken woorden en zinnen worden achterstevoren afgespeeld, zodat weer verstaanbare en lopende zinnen ontstaan. De compositie is gemaakt ter gelegenheid het afscheid van Theo van Velzen als directeur van het Gemeentemuseum Den Haag.

 

Hij geeft lezingen aan verschillende universiteiten en verenigingen in Nederland.

 

1987

 

In een weekend in mei maakt Raaijmakers het muziekstuk Ach Ach!, een klaagzang voor drie violen en een klarinet, met de duur van een paar minuten. De maandag daarop wordt het uitgevoerd in het kader van een zogenaamd 'Koko-concert' aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.

 

Raaijmakers geeft lezingen in Groningen en Amsterdam.

 

Vanaf 1987 tot 1990 is Raaijmakers medewerker van CAM, een nieuw 'Centrum voor Audiovisuele Media' aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag.

 

1988

 

Eind november realiseert Raaijmakers met Kasper van der Horst The Sound Walk (later hernoemd als Promenade), een performance voor video en stereotape. Het werk is onderdeel van een project rond John Cage op het Koninklijk Conservatorium in Den Haag met de titel Music for the Five Senses.

 

Raaijmakers heeft een televisie-optreden bij het programma 'Atlantis' van de VPRO over 'het kleinste geluid'. Terwijl hij enthousiast uitleg geeft, laat hij verschillende geluidsfragmenten uit zijn Canon-reeks horen.

 

Hij geeft lezingen in Arnhem, Utrecht, 's-Hertogenbosch en Den Haag.

 

1989

 

Vanaf 1989 werkt Raaijmakers aan het vervolg op De methode. Ondanks voorpublicaties in Raster nr 50, 58 en 60 zal Kleine mechanica van de open vorm nooit uitgegeven worden.

 

Van augustus tot en met november is Raaijmakers gastconservator van Anti Qua Musica een expositie en concertserie in het Haags Gemeentemuseum". De serie handelt over het muziekinstrument als anti-kunstwerk. Raaijmakers is vertegenwoordigd met Tombeau de Glenn Gould, een installatie bestaande uit drie verbrande concertvleugels, een gedemonteerde Beethovenstoel, licht en geluid. Tevens wordt Raaijmakers' compositie Kwartet uitgevoerd.

 

Voor de Anti Qua Musica-concertserie geeft Raaijmakers een inleiding over de begrippen 'anti' en 'open'. Ook geeft hij lezingen in Tilburg en Groningen.

 

1990

 

Raaijmakers werkt aan Hey Hey, het laatste werk uit de Soundman-cyclus. Net als bij de andere varianten van de cyclus dient als inspiratiebron de eerste geluidsfilm van Laurel en Hardy, The Night Owls. In een open opstelling trotseert één acteur met de hulp van assistenten een theatrale vertaling van de negen obstakels die Laurel en Hardy in de film tegenkomen.

 

Raaijmakers geeft lezingen op diverse locaties in het land.

 

1991

 

In mei komen de eerste schetsen tot stand van Der Fall Leiermann, een solo-muziektheater dat als voorstudie dient van het latere werk Dépons Der Fall. Een gedemonteerde bandrecorder wordt als een draaiorgel met de hand aangedreven door een eenzame 'Leiermann', terwijl ruimtelijke geluidsfragmenten afgespeeld worden in drie akten. Raaijmakers begon dit project in 1991, waarna Der Fall Leiermann tot 1996 uitgevoerd is.

 

Vanaf 1991 is Raaijmakers betrokken bij de oprichting van de Interfaculteit Beeld en Geluid van het Koninklijk Conservatorium te Den Haag.

 

Hij ontwerpt een concept voor een opleiding 'Elektrisch muziektheater', een hoofdvakopleiding muziektheater in relatie tot de nieuwe media. (Het idee voor zo'n opleiding is gebaseerd op wat het Koninklijk Conservatorium op educatief vlak en internationaal niveau aan 'elektronica' en 'theater' te bieden heeft.)

 

Raaijmakers is medewerker van de 'Aulalezingen' (1991-1993): een serie academische colleges in de Aula van het Gemeentemuseum Den Haag over beeldende kunst, muziek, film, nieuwe media en taal. In het kader van de Vlaams-Nederlandse muziekdagen verzorgt Raaijmakers aan het Koninklijk Muziekconservatorium en bij Stichting Logos in Gent een masterclass over muziektheater, waarbij hij gebruik maakt van een voorstudie van Intona. Ook geeft hij lezingen op diverse locaties in Nederland.

 

Tijdens het televisie-kunstprogramma Opium van de AVRO demonstreert Raaijmakers het principe van het deconstrueren van microfoons, een idee dat hij een jaar later in het muziektheaterstuk Intona nader uitwerkt.

 

1992

 

De eerste twee maanden van het jaar werkt Raaijmakers aan Dépons Der Fall. In dit muziektheaterstuk voor drie acteurs, bestaande uit een proloog en drie scènes, levert Raaijmakers door middel van valinstallaties en Japans bunrakutheater commentaar op Pierre Boulez' compositie Répons (1981-1984).

 

Raaijmakers krijgt de oeuvreprijs van het Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst (BKVB) uitgereikt.

 

Aan het eind van het jaar begint Raaijmakers met het muziektheater Intona. Geïnspireerd op het werk van de Futurist Luigi Russolo, richt dit stuk zich op de 'twaalf manieren om een microfoon het zwijgen op te leggen'. Op twaalf verschillende wijzen wordt een uitversterkte microfoon vernietigd, die daarmee via de luidsprekers verslag doet van zijn eigen ondergang.

 

Binnen de serie 'Componisten vertellen over hun werk' treedt Raaijmakers als gastdocent op aan de Jan van Eyck Academie in Maastricht. Ook geeft hij lezingen in Den Haag, Rotterdam, Utrecht, 's-Hertogenbosch en Arnhem.

 

1993

 

Raaijmakers vervaardigt gedurende het jaar een drietal muziektheatrale werken: Die glückliche Hand - geöffnet, Fortklank, Der Fall Dépons en Probe. Die glückliche Hand - geöffnet komt in januari tot stand in samenwerking met de Interfaculteit Beeld en Geluid van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Het is een remake van het muziektheaterstuk Die glückliche Hand van Arnold Schönberg uit 1910-1913. De koren Du Armer! uit Die glückliche Hand - geöffnet zijn, met een beschrijving van het gehele muziektheaterstuk, opgenomen in The Complete Tape Music of Dick Raaijmakers, NEAR/Donemus, Amsterdam 1998.

 

Later in het jaar werkt Raaijmakers opnieuw samen met de Interfaculteit Beeld en Geluid. Met Walter Maioli en Horst Rickels produceren zij Fortklank, een audio-architectonisch project in Fort Asperen.

 

Ondertussen is Raaijmakers tevens druk met Der Fall Dépons. Dit stuk is een uitbreiding op Der Fall Leiermann en Dépons Der Fall. In zeven aktes wordt het fenomeen 'nabootsing' behandeld.

 

Aan het eind van het jaar ontstaan de eerste ideeën over Probe, een kamermuziektheater voor solo-percussionist en videoprojectie rond het thema nadoen, gebaseerd op een scène uit de film Orchesterprobe van Karl Valentin (1933).

 

In Den Haag geeft hij lezingen over de raakvlakken tussen beeldende kunst en muziek en over de kunst van het nadoen en herhalen.

 

1994

 

Raaijmakers wint met de producties Der Fall Dépons en Die Glückliche Hand - Geöffnet voor de tweede maal de Mathijs Vermeulenprijs van het Amsterdams Fonds voor de Kunst.

 

Raaijmakers is betrokken bij de oprichting van een 'virtueel instituut', de School for Soundmen, geënt op een idee van Anold Schönberg uit de jaren veertig over een te stichten instituut voor 'muzikale scholing van soundmen en technische scholing van musici'.

 

Vanaf december werkt Raaijmakers mee aan het muziektheater Promenoir van Mondriaan, een collectief, multidisciplinair project van de Interfaculteit Beeld en Geluid van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag over de relatie tussen Mondriaan en muziek. De Vier Fanfares voor solocellist, vier koperblazers, tape en schakelelektronica uit de Promenoir van Mondriaan heeft Raaijmakers in 1995 verzelfstandigd tot autonome compositie van eigen hand en later opgenomen (met beschrijving van de Promenoir van Mondriaan) in The Complete Tape Music of Dick Raaijmakers, NEAR/Donemus, Amsterdam 1998.

 

Hij geeft een groot aantal lezingen op diverse locaties in het land.

 

1995

 

Dick Raaijmakers voltooit een aantal van zijn meest omvangrijke collectieve muziektheaterstukken: Der Stein, De Val van Mussolini, Scheuer im Haag en Hermans Hand.

Der Stein is een 'kofferopera' in vijf aktes voor twee acteurs. Centraal staat een cruciaal moment uit het leven van de vrijwel onbekende achttiende-eeuwse Duitse muziekonderwijzer Anton Scheuer (1734-1810): het stelen en verplaatsen van de grenssteen van het stadje Selters in het Taunusgebergte in Duitsland.

De coproductie De Val van Mussolini is een samenwerking met Theatergroep Hollandia en Toneelgroep Amsterdam waarin, in een kruisgang van dertien staties, de ondergang van Benito Mussolini, opnamen in de filmstudio van Hal Roach en J.J. Slauerhoffs roman De opstand van Guadalajara (1937) in elkaar verweven worden.

In Scheuer im Haag staat wederom Anton Scheuer centraal. Ditmaal betreft het een collectief en avondvullend muziektheater waarin wordt stilgestaan bij Scheuers krankzinnige leven. Dit is tevens Raaijmakers' afscheidswerk voor het Koninklijk Conservatorium in Den Haag wegens zijn pensionering. Hij ontvangt bij die gelegenheid de Academy of Light Award.

Hermans Hand ten slotte is een 'pro memoriam' voor de schrijver W.F. Hermans. In dertien aktes worden de bewegingen van Hermans gevolgd en uitvergroot, totdat hij bij een val sterft en als engel herrijst.

 

In september en oktober realiseert Raaijmakers Volta, een elektrochemische installatie die door middel van zinken platen, lompen en zoutzuur gestalte geeft aan een enorm galvanisch element.

 

Raaijmakers ontvangt de Ouborgprijs 1995, een oeuvreprijs van de Johan Wagenaar Stichting van de Gemeente Den Haag, voor zijn bijdrage aan de ontwikkeling van de beeldende kunst in Nederland.

 

Als gastdocent geeft hij in juli een lezing aan de Toneelacademie in Maastricht. Aan bod komen de werken Hermans Hand, Der Fall Dépons en Scheuer im Haag. In november vindt samen met Paul Koek en enkele acteurs een openbare nabespreking plaats van Mussolini in het voormalige transformatorhuis van de Westergasfabriek.

 

1996

 

Voorafgaand aan een uitvoering van Hermans Hand neemt Raaijmakers deel aan een publiekelijk interview in het Paradox Jazzcafé in Tilburg. Eerder in het jaar gaf hij in Utrecht een lezing over zijn vroege werken Der Fall Leiermann, Ballade Erlkönig, Mao Leve!, De Grafische Methode Tractor en Probe.

 

1997

 

Raaijmakers geeft lezingen in Utrecht, Den Haag en Amsterdam.

 

1998

 

Raaijmakers ontwikkelt de lezing/performance Proefneming met een Tabakspijp waarin een proef van de Britse natuurkundige en uitvinder Stephen Gray herhaald wordt, om vervolgens diens verslag hiervan via een keten van doventolken te vertalen.

 

Hij geeft een interview aan het Theaterinstituut in Amsterdam en lezingen in Den Haag en Nijmegen.

 

Donemus/NEAR geeft de cd-box The Complete Tape Music of Dick Raaijmakers uit, een project waarbij Raaijmakers zelf nauw betrokken is. De box bevat het complete muzikale tape-oeuvre van Raaijmakers, dat een periode van meer dan veertig jaar, van 1959 tot 1998, omspant.

 

1999

 

Aan het Nederlands Architectuurinstituut heeft Raaijmakers een dubbelinterview met Maarten Brandt over 'gecomponeerde ruimte'. Daarnaast geeft hij lezingen in Alkmaar, Amsterdam en het Belgische Hasselt.

 

2000

 

In de serie 'Geschriften van het Orpheus Instituut' publiceert Raaijmakers Cahier <M>: Kleine morfologie van de elektrische klank, uitgegeven in het Engels en Nederlands bij Universitaire Pers Leuven. In 2005 volgt een tweede Engelse vertaling door Richard Barrett.

 

In mei en juni vervaardigt Raaijmakers twee muziektheaterstukken: De Weergave en Konzert für...

De Weergave is een performance voor een zevenkoppig muziekensemble, vlammenwerpers en staalarbeiders, uitgevoerd op een groot plein in Eindhoven. Met het werk verzorgt Raaijmakers een alternatieve soundtrack voor de eerste Nederlandse geluidsfilm Philips-Radio van Joris Ivens en Lou Lichtveld (1930-1931).

Konzert für... is een kamermuziektheater voor solocellist en dirigent met gecomputeriseerde handen, wiens bewegingen door sensoren omgezet worden in gesampelde orkestklanken. Computerassistenten van de dirigent proberen deze klanken vervolgens zo passend mogelijk te mixen met het live-spel van de cellist.

Ook voltooit Raaijmakers in juni het stuk Kwartet Heiliger Dankgesang, de afsluiting van de Kwartet-cyclus. Het wordt dat jaar, met Konzert für..., uitgevoerd in het kader van het Holland Festival te Amsterdam.

 

Raaijmakers geeft een lezing in Bilthoven en het Kröller-Müller Museum.

 

2001

 

In het Amsterdamse Paradiso geeft Raaijmakers samen met Vincent Icke en Taco Stolk een lezing over het thema 'pixels'. Aan de Rietveld-Academie verzorgt hij in samenwerking met Maarten Brandt een lezing over de 'gecomponeerde ruimte'.

 

2003

 

Raaijmakers neemt bij de Universiteit Leiden deel aan een tweegesprek met Taco Stolk over de relatie tussen wetenschap en kunst.

 

2004

 

Het recordlabel Basta geeft onder de titel Popular Electronics. Early Dutch Electronic Music from Philips Research Laboratories 1956-1963 een cd-box uit over de beginjaren van de Nederlandse elektronische muziek, geproduceerd door Kees Tazelaar. De box bevat - naast het volledige elektronische werk van Tom Dissevelt en de balletmuziek van Henk Badings - het complete oeuvre van Kid Baltan, het pseudoniem waaronder Dick Raaijmakers tijdens zijn Philips-jaren werkte. Ook is de filmmuziek opgenomen die Raaijmakers onder zijn eigen naam heeft uitgebracht, zoals zijn tune voor de STER-reclame en het staalconcern Bekaert. Raaijmakers is nauw betrokken bij de productie van de cd-box.

 

Filmmaakster Jacqueline Oskamp vervaardigt een documentaire over en met Dick Raaijmakers onder de titel Op zoek naar een vergeten toepassing, uitgezonden op 11 augustus bij de NPS.

 

2005

 

Ter gelegenheid van zijn eredoctoraat aan de Universiteit Leiden, componeert Raaijmakers Ritueel moment, een compositie voor drie slagwerkers. De slagwerkers laten drie zware houten balken volgens een traag tijdschema alternerend op de vloer van een kerk neerdalen.

 

Raaijmakers ontvangt de Johan Wagenaar Prijs voor zijn gehele oeuvre.

 

Het werk aan de Monografie neemt een aanvang.